In de Klok dronken de mannen een glas en lieten hun baard scheren door Witje Klok. Heintje en Doken Schip, Koben Fluit, Luppen, Beng en Chaleken, Pië, Stant, Soeë en nog anderen, allemaal koppen van bij ons, maakten het gezellig. ‘s Zondags kwam het jonge volk er samen om er bak of vogelpik te spelen en om een lief op te vrijen. Ook Lowie van het kasteel kwam er over de vloer. Aan de hoeve bekeek hij de tekeningen van Karel op de witgekalkte muren. Toen Karel het portret van peter Schoen, zijn eerste echte schilderij, met olieverf had uitgeschilderd, was Meneer Lowie zo onder de indruk dat Karel mee naar het kasteel moest. Daar kreeg hij de mooie chevalet van madame van het kasteel, de mama van Lowie, die vroeg gestorven was. Van dan af rekende Karel de bewoners van het kasteel tot zijn beste vrienden.
Al deze herinneringen zijn nadien misschien wel geïdealiseerd, maar ze hebben op
Karel De Bauw een onuitwisbare indruk nagelaten. In Walfergem ontstond zijn liefde
voor de boer, het land, de volksmens. Talrijke tekeningen en schilderijen zijn er
de stille getuige van. Vooral zijn “Koppen van bij ons” en de paarden in drie-
Om het eeuwfeestjaar van Karel De Bauws geboorte te vieren, organiseert Heemkring Ascania, in samenwerking met zijn zoon Jan, dit jaar een retrospectieve tentoonstelling in de kapel van het Oud Gasthuis in Asse.
Jaak Ockeley